'Jij voelt dat we elkaar niet meer gaan terugzien'

anne-verbondenheid

In deze blog lees je over een onverwachte verbinding tussen Anne en een bewoner in een hospice, ontstaan door een gedeelde achtergrond in een Achterhoeks dorp. 

ACHTERHOEKSE VERBINDING

Als ik mijn late dienst begin, hoor ik dat de opname verlaat is, doordat de ambulance vertraagd is.

Als je eind van de middag door het ambulancepersoneel op de afdeling gebracht wordt en zij vragen naar welke kamer ze je mogen brengen, loop ik mee en hoor ik mezelf zeggen: "Aan het einde van de gang het hoekje om." Ik hoor een van je zoons achter me mompelen: "Nou, lekkere binnenkomer hier."

Ik betrap mezelf op de 'verkeerde' woordkeus op onze afdeling, de toon is gezet en ik bedenk me dat ik dit even moet rechtzetten. Als we je vanaf de brancard in bed hebben gelegd, vraag ik wat iedereen te drinken wil en ga dit even halen. Als ik terugkom op de kamer begin ik even overnieuw: "Hallo allemaal, ik ben Anne, welkom op de Hospice. Hier is uw bestelde drinken." Een lachsalvo klinkt door de kamer. Ik hoop dat ik het weer een beetje goed gemaakt heb zo.

Je dochter is ondertussen ook gearriveerd en ik laat je kinderen de afdeling zien en leg ondertussen wat dingen uit. Je vraagt me wat later waar ik vandaan kom, je hoort een accent. Als ik vertel uit welk Achterhoeks gehucht ik kom, bindt, tot ons beider verbazing, mijn woonplaats ons door familie van jou. Dit is de start van een mooie, intieme verbinding tussen ons.

Je ligt hele dagen in bed, je hebt een hele betrokken familie en je kan het erg waarderen en moet lachen om de grappen die gemaakt worden en je geniet van de extra aandacht van haren wassen en krullers zetten.

Maar ook durf je je angst met me te delen, een paar waardevolle gesprekken hadden we waarin je dit uitspreekt. Bij dieper doorvragen weet je me te vertellen wat die angst voor jou is en hebben we het samen over  levensvragen en religie. Je slaat je ogen neer als je aangeeft dat je dat laatste stukje toch echt alleen moet doen, maar dat je bang bent voor het moment van de overstap maken naar de andere kant, maar ook voor daarna. Als ik vraag of je nog eens met de Pastoor wilt praten, die al eerder bij je was, kijk je me bijna spottend aan en zegt: "Pff, die is hier al een paar keer geweest, ik praat liever met jou."

Je gaat langzaam steeds wat achteruit, eet steeds minder, drinken gaat moeizamer en je slaapt steeds meer.

Het is mijn laatste werkdag voordat ik vakantie krijg. Je dochter is ’s morgens bij je en we hebben het even over hoe stilletjes je in bed ligt. Als je dochter naar huis gaat, en ze me twijfelend vraagt of we elkaar nog terugzien, geef ik aan dat ik denk van niet, omdat ik vakantie krijg. Ze vraagt me of ze me een knuffel mag geven, en bedankt me voor de goede zorgen en de gesprekken die ik met jou, haar moeder, had. Met een brok in mijn keel geef ik een knuffel terug.

Als ik in de middag bij jou aan bed sta en je even wakker bent, vraag je of ik al niet naar huis moet. Ik vertel dat ik over een uurtje ga. Jij vraagt me wanneer ik dan weer terugkom. Ik vertel aan de cliënten eigenlijk nooit dat ik vakantie krijg. Hen help ik er niet mee, ze zijn druk genoeg met hoe ze hun leven nu moeten invullen en dat zo meteen moeten loslaten. De ervaring leert dat als ik na drie weken terugkom, vaak de afdeling met andere mensen ligt.

Maar... ik KAN niet niet zeggen dat ik vakantie krijg. Je kijkt me met grote ogen aan. Als ik zeg: "Over drie weken kom ik terug", worden je ogen nog groter. Je pakt met je ene hand mijn pols, je trekt me naar je toe en met je andere hand pak je me in mijn nek. Ik voel een natte kus op mijn wang. Je 'bedankt voor alles, lieve Anne', steekt me recht in mijn hart, of snijdt door mijn ziel, hoe je het ook zegt. Zo oprecht, zo lief.

Jij voelt dat we elkaar niet meer gaan terugzien. Ik kijk je aan en ik kan niets zeggen. Mijn stem stokt. Je krijgt een dikke kus van me terug. Met onze gezichten dicht bij elkaar, de verbinding voelend in onze harten, laat je me los en met een zwaaiende hand in het bed achter me latend, loop ik de kamer af. Ik voel een traan bij mezelf lopen. Ik wens je zo toe dat de angst niet overheerst, dat je in liefde en rust dit aardse leven mag en kan loslaten en daar aan de overkant verder mag met je dierbaren, die je voorgingen. Die ons door zo’n Achterhoeks dorp verbonden.

Dag lieve R.

Anne

Dit is Anne:

Hoi, ik ben Anne, ik heb 25 jaar in de ouderenzorg/verpleeghuis zorg gewerkt. Daar ben ik begonnen met blogs schrijven. Emotionele, verdrietige, maar ook heel veel waardevolle momenten schreef ik van me af, omdat het me raakte en ik hier iets mee moest van mezelf, om te zorgen dat ik er zelf geen last van kreeg. Dit omdat ik me vaak alleen voelde als het ging om zorgen verlenen in de laatste levensfase.

Sinds een aantal jaar ben ik werkzaam in het hospice, voor mij de 'kers op de taart' wat zorg betreft. Belangrijk is kwaliteit van leven, de mens achter de ziekte zien en in kunnen spelen op waar de behoefte ligt. Dit kan zijn van een lekkere kroket tot een dagje uit met de Wensambulance. Dit doe ik samen met  een prachtig team.

Humor, kritisch kijken, empathie, makkelijk contact leggen en goed kunnen luisteren zijn eigenschappen die bij mij horen en waarvan ik het belangrijk vindt om mijn werk ook vol te kunnen houden. Ook deel ik mijn ervaringen om mensen te laten lezen en mee te nemen in onze mooie kant van het vak.

Colofon: FloorZorgt is jouw online zorgmagazine! Op dit moment lezen 80.000 unieke zorghelden mij maandelijks. Door middel van inspirerende blogs, relevante producten (kijk snel in mijn webshop!) mooie artikelen en zorgnieuws houd ik jou op de hoogte van alle ontwikkelingen in de zorg. Heb je mijn mobiele app al gedownload en volg je mij al op Facebook, Instagram of Linkedin? Wil je adverteren? Stuur me dan een mailtje en ik neem z.s.m. contact met je op of bekijk de mogelijkheden alvast hier. Ook ik maak weleens een foutje ;-) Heb je er één gezien? Mail het me. Ik ben je dankbaar! 

You have already unliked it!