Hospiceverpleegkundige Esther - '25 februari bevrijdingsdag van de mondkapjes'
Vrijdag 25 februari 2022 was een dag waar heel veel Nederlanders naar uitgekeken hebben. Door versoepelingen van de maatregelen hoeven de mondkapjes niet overal meer gedragen te worden. Hospiceverpleegkundige Esther vertelt in deze blog hoe dit niet alleen de kwaliteit van de zorgverlening bevorderd, maar ook de kwaliteit van het leven voor de terminale zorgvrager ten goede komt.
25 februari is de dag waar ik, zoals vele anderen, naar uit gekeken heb. Door versoepelingen van de coronamaatregelen hoeven de mondkapjes niet meer gedragen te worden. In het hospice betekent dit dat we weer vrij rond kunnen lopen door het gebouw zonder mondkapje. Alleen als we zorg verlenen dragen we een mondkapje en in situaties waarin we de 1.5 meter afstand niet kunnen waarborgen.
Buiten dat het mondkapje en de 1.5 meter afstand de afgelopen twee jaar een belangrijke beschermmiddelen waren voor anderen en jezelf om besmetting te voorkomen, heeft het zeker ook een stuk kwaliteit van zorg ontnomen. In de terminale zorg, waar mensen weten dat ze zullen gaan sterven, zijn juist de aanrakingen en de mimiek van het gezicht belangrijk om als zorgverlener je empathie en steun te kunnen tonen.
Want juist bij angst, onrust of verdriet is een geruststellende, meelevende of begripvolle uitdrukking in het gezicht beter dan welk medicijn dan ook. Ik heb het mondkapje en de afstand als een handicap ervaren. De vanzelfsprekendheid om mijzelf te kunnen verbinden met de ander werd door de bedekking van mijn gezicht voor een groot deel weggenomen.
Tuurlijk kan je zeggen: 'ik ben Esther' of is mijn naam op het naamplaatje die ik draag te zien. Maar als je ziek bent heb je minder oog voor je omgeving. De ziekte kost alleen maar energie. En als er dagelijks veel vrijwilligers en verpleegkundigen je kamer in- en uitlopen met een mondmasker, dan is het moeilijk om ze te onderscheiden.
En daar lig je dan. In een nieuwe omgeving, met allemaal mensen die op elkaar lijken, wetend dat je niet meer beter wordt en de dood dichterbij komt. Je klampt je vast aan je familie die op bezoek komt, maar als zij weer weg zijn? Dan zijn er alleen nog maar die onherkenbare mensen. Mensen die het beste met je voor hebben, dat wel, maar waar je weinig of geen binding mee hebt.
24 februari begon mijn reeks diensten. De 24e nog mijn gezicht bedekt en de 25e eindelijk bevrijdt! In de dagen erna ervaar ik meteen hoe dit niet alleen de kwaliteit van de zorgverlening bevorderd, maar ook de kwaliteit van het leven voor de terminale zorgvrager ten goede komt.
Een meneer die door acute leukemie erg verzwakt is, ligt vaak wakker ’s-nachts. Ik geef hem veel nabijheid, omdat hij geen slaapmedicatie wil. Even een praatje, even zijn deken goed leggen of hem helpen in een fijnere houding. In de nachtdiensten met mondkapje laat hij het gelaten over hem heenkomen. Maar in de diensten zonder mondkapje begint hij mij te herkennen en ervaar ik weer de verbinding die ik zolang gemist heb door kleine opmerkingen zoals: ‘hey, ben je er weer, wat fijn dat je er bent.’ Je naam wordt weer genoemd omdat er herkenning is van je gezicht.
Het gevoel van bevrijding wordt compleet als ik hem de volgende nacht weer ontmoet en hem in een comfortabele houding help. Onverwacht legt hij zijn hand op mijn arm: ‘dank je wel Esther’, zegt hij. Woorden die normaal zo gewoon lijken. Woorden van herkenning maar ook zeker woorden van veiligheid voor de zorgvrager doordat hij buiten zijn liefdevolle familie, zich nu ook geborgen kan voelen door herkenning van zijn zorgverleners.
Mijn feestje van bevrijding wordt helemaal compleet als ik daarna een andere kamer in ga bij een meneer die niet kan slapen en even zijn bed uit wil. Ik maak een kopje thee voor hem en we kletsen wat over en weer. Ineens slaat hij zijn agenda open met een briefje erin. ‘Hoe heet je ook alweer?’, vraagt hij. Ik noem mijn naam en hij schrijft het op zijn lijstje. Een lijstje waar de namen van mijn collega-verpleegkundigen al geschreven staan. Ook de mijne krijgt een plaatsje. En alle keren als ik hem daarna zie begroeten we elkaar met een lach: ‘hoi Esther, ben je er weer!’ ‘Hey Klaas! Fijn je weer te zien!’
Zo word je je maar weer bewust van kleine dingen die zo normaal leken. Normale dingen die grote waarde geven aan het leven van vele mensen.
Dit is Esther:
Ik ben Esther en werk na 18 jaar in de wijk sinds 2019 als hospiceverpleegkundige bij Careyn DWO/NWN. Het werken in een hospice brengt mij veel ervaringen, bijzondere momenten, inzichten en emoties. Schrijven helpt me om te verwerken wat ik allemaal meemaak. Met het delen van mijn verhalen wil ik graag het taboe rond de laatste fase van het leven doorbreken. Want we praten er niet graag over, weten er niet veel van en willen er al helemaal niet aan denken. De laatste levensfase is echter niet alleen verdriet, maar net zoals in het ‘normale’ leven is er ook lachen, genieten, huilen, sarcasme, lol, boosheid en ja, zelfs feesten. Ik schrijf verhalen en gedichten om deze fase van het leven in het licht te zetten. Meer verhalen lezen? Klik hier voor mijn Facebookgroep: ‘De laatste bladzijde -hospice verhalen en gedichten-.'
De verhalen van hospiceverpleegkundige Esther zijn gebundeld in het boek 'De laatste bladzijde', dat je HIER kunt bestellen.
Colofon: FloorZorgt is jouw online zorgmagazine! Op dit moment lezen 80.000 unieke zorghelden mij maandelijks. Door middel van inspirerende blogs, relevante producten (kijk snel in mijn webshop!) mooie artikelen en zorgnieuws houd ik jou op de hoogte van alle ontwikkelingen in de zorg. Heb je mijn mobiele app al gedownload en volg je mij al op Facebook, Instagram of Linkedin? Wil je adverteren? Stuur me dan een mailtje en ik neem z.s.m. contact met je op of bekijk de mogelijkheden alvast hier. Ook ik maak weleens een foutje ;-) Heb je er één gezien? Mail het me. Ik ben je dankbaar!
Reageren op dit bericht?
Om te kunnen reageren op dit bericht moet je ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen.