‘Mensen die dankbaar zijn: daar groei ik van en dan ga ik voldaan naar huis’
Vandaag, 27 oktober, is het Wereld Ergotherapie Dag! Alle reden om drie ergotherapeuten in het zonnetje te zetten en ze al het moois over hun vak te laten delen.
Ergotherapeut Karin Stempher
Karin Stempher is al 20 jaar ergotherapeut. Ze werkt met verschillende doelgroepen: mensen met niet aangeboren hersenletsel, mensen met een lichamelijke beperking sinds de geboorte en mensen met een verstandelijke beperking. Zowel bij mensen thuis (één dag in de week) als in een instelling in de gehandicaptenzorg - een grote instelling met zo’n 1.300 intramurale cliënten – werkt Karin met ze. ‘Ik kom bij allerlei doelgroepen en daardoor is mijn werk heel divers. Het kan zijn dat ik ’s ochtends bij een jonge HBO-afgestudeerde cliënt langsga en ‘s middags bij een oudere dementerende met een verstandelijke beperking. Kinderen hebben we ook; zij zijn vaak erg complex en hebben veel zorg en begeleiding nodig.’
Wat Karin zo aanspreekt aan het vak, is het complexe ervan. Dat vindt ze uitdagend. ‘Ik kom veel complexe zaken tegen als cliënten die dingen niet accepteren, tegendraads zijn of hun eigen regie proberen te pakken. Dat proberen ze dan terwijl ze dat eigenlijk niet kunnen. Ze hebben er alles voor over om het toch voor elkaar te krijgen. Dan moeten wij dus echt bij ons standpunt blijven en ervoor zorgen dat iedereen hetzelfde verhaal vertelt en één antwoord geeft. Daarom is samenwerking met team, familie en behandelaren ook zo belangrijk.’
Waarom Karin vindt dat ze een prachtig beroep heeft? Omdat ze er mensen zelfstandiger mee kan maken. ‘Mensen zijn dankbaar: dat is sowieso al mooi. Daarnaast kom je met een bepaald doel bij een cliënt en sluit je dat ook weer duidelijk af. In sommige gevallen duurt dat jaren, maar in de meeste gevallen zijn het kleine, haalbare doelen binnen een aantal sessies.’ Gek genoeg merkt Karin wel dat het vak nog steeds vrij onbekend is. ‘Van de tien verwijzingen die ik van de huisarts krijg, zijn er ongeveer acht mensen die nog nooit van ergotherapie gehoord hebben. Ons vak is dan ook heel groot; wij kunnen heel veel. Dat maakt het voor veel mensen denk ik ongrijpbaar.’
Voorbeelden van wat ze nu eigenlijk precies doet, heeft Karin genoeg. Zo heeft ze twee momenten die haar echt bijbleven. ‘Afgelopen maand kwam ik bij een dame van 75 met het niveau van iemand van zeven jaar. Ze woont in bij haar neef en nicht, die haar verzorgen. Ik was ingeschakeld door de huisarts. Mevrouw moest plassen en ik vroeg aan het nichtje of ik even mee mocht kijken bij de transfer. Haar tante stond op en had moeite met draaien voor het toilet en het zitten. Ik zag het meteen, en vroeg daarna aan het nichtje hoe het eigenlijk met haar ging. Ik zag namelijk dat het haar veel kracht kostte en dat het voor haar rug zwaar moest zijn. Dat klopte. Ik bood haar dan ook een hulpmiddel aan; een transfermiddel. Daarnaast gaf ik haar nog wat adviezen. Ze was helemaal blij. Later vertelde ze me dat ze de eerste keer dat ik langskwam echt niet wist wat ik daar deed, maar dat ze me nu heel dankbaar was voor al mijn houvast. Dan groei ik en ga ik met voldoening naar huis.’
Een ander voorbeeld was een vrouw van eind 30 met niet aangeboren hersenletsel. Zij wilde heel graag koken. Karin: ‘Vroeger lukte het haar wel, maar inmiddels door forse geheugenproblematiek niet meer. Daarom schreef ik voor haar een macaronirecept uit in 42 stappen. Dat moest voor haar zeer nauwkeurig worden beschreven. Als ik zeg dat ze de uien in stukjes moet snijden, weet ze niet wat voor stukjes of hoe groot en breed ze moeten zijn. Met het stappenplan kon ze, met mij naast zich, koken. In anderhalf jaar heb ik tien recepten met haar gedaan, uiteraard zeer uitgebreid. Inmiddels kookt ze weer zelf. Het kost een intense behandeling en veel tijd en geduld, maar inmiddels kookt ze elke week een maaltijd voor zichzelf en heeft ze een heel systeem. Dat is mooi om te zien.’
Ergotherapeut Célie Journée
Célie is nu 19 jaar ergotherapeut en heeft daarvan 10 jaar een eigen praktijk. Ze is gespecialiseerd in het begeleiden van mensen met chronische pijn en vermoeidheidsklachten. Ze helpt ze grip te krijgen op hun energie door praktische adviezen te geven over hoe ze dingen anders kunnen doen en kunnen luisteren naar het lichaam. ‘Ik behandel de praktische kant, maar neem daarin ook een stuk mindset mee’, vertelt Célie. ‘Ik ben dus eigenlijk coachend ergotherapeut. Eerder gaf ik alleen adviezen, maar alleen daarmee kwamen mensen er niet, was mijn ervaring. Daarom ben ik ook aandacht gaan geven aan mindset en dat maakt het plaatje voor mij compleet.’
Célie vindt het in haar werk belangrijk dat ze iemands belevingswereld en overtuigingen snapt. Dat ze weet hoe haar cliënten in het leven staan en daarop passende adviezen geeft. ‘Ik wil graag zonder oordeel in hun wereld meekijken, zonder dat ik zeg dat hun manier fout is. Die puzzel vind ik heel leuk. Daarnaast heb ik vaak langdurige trajecten met mensen. Soms ben ik wel een jaar met ze bezig. Dan leer je iemand ook echt kennen. In mijn praktijk begeleid ik één op één, en ook online begeleid ik mensen tijdens een cursus. Dat is relatief nieuw en onbekend, maar wel een hele leuke tak. En juist voor mijn doelgroep met minder energie ook fijn, want online kan het op het moment dat het mijn cliënten uitkomt.’
Het leukste vindt Célie dat het dus elke keer weer een puzzel is om doelen te bereiken. Er bestaat niet voor iedereen één oplossing, maar het is contact maken en samenwerken met de mensen zelf. Het moet samen gebeuren. Een voorbeeld van zo’n samenwerking is een vrouw van 19 jaar die Célie onlangs behandelde. ‘Zij heeft fibromyalgie en kan daardoor niet alles. Ik bereidde me elke afspraak voor met een plan, maar telkens als ik er was, liep het anders. Ze kon haar bijbaantje in ieder geval niet meer volhouden en ik heb haar stap voor stap geholpen bij het vinden van een andere baan. Hierdoor zat ze veel beter in haar vel, kon ze haar studie weer hervatten en meedoen met haar vriendinnen. We hebben dus concrete doelen behaald zonder echt een concreet plan te volgen.’
Wat Célie ook is bijgebleven, was een oudere man die per se een elektrische rolstoel wilde. Dat was echter niet veilig, dus de verzorging en ook zijn kinderen zeiden dat het niet kon. ‘Die man wilde per se zijn rolstoel. Uiteindelijk ben ik erheen gegaan en heb ik gevraagd waarom hij dat wilde. Hij bleek ongeveer elk rijbewijs te hebben en dacht dat hij het dus wel kon. Ik legde hem uit dat je zicht goed moet zijn en dat je moet kunnen anticiperen op medebewoners. Samen bekeken we de voors en tegens en hij besloot er nog eens over na te denken. Ik zei vervolgens dat ik die week erop met de rolstoel zou komen en dat we het zouden proberen. We wisten allemaal dat het niet kon en die keer erop had ik de rolstoel niet eens mee, omdat ik al wel had verwacht dat hij zelf had bedacht dat zijn zicht niet goed genoeg was. En inderdaad: hij maakte uiteindelijk zelf de keuze om het niet te doen. Dat is denk ik een typisch voorbeeld van een goede samenwerking. Niet iemand de wet voorschrijven.’
Ook Célie merkt dat ergotherapie voor velen nog steeds best wel onbekend is. ‘Ik denk dat veel ergotherapeuten bescheiden zijn. We zijn niet zo roeperig. En misschien is het ook niet zo sexy om aan iemand te vertellen dat je met je cliënt aan het kijken bent hoe hij zich anders kan wassen of aankleden. Terwijl mensen zó blij zijn als ze dat zelfstandig kunnen. Het is heel dankbaar werk. Ik zou ergotherapie in de toekomst graag nog verder op de kaart willen zetten.’
Ergotherapeut Geertje Sinnema
Geertje is al meer dan 15 jaar ergotherapeut. Eerder werkte ze met mensen met progressieve ziekten en sinds 1,5 jaar werkt ze in de verstandelijk gehandicaptenzorg. Dit doet ze in een instelling waar iedereen met een beperking redelijk zelfstandig kan wonen, maar waar ze wel 24 uur per dag hulp krijgen. ‘Deze organisatie is er voor mensen van 0 tot 100: echt elke leeftijd is mogelijk. Ik werk zelf echter wel met de volwassen doelgroep. Mijn werk is heel divers; elke dag is anders. Zo krijg je in de gehandicaptenzorg bijvoorbeeld ook weleens met agressie te maken. Je moet mensen daarom goed observeren: worden ze drukker of gaan ze minder luisteren? Als je daarop let, voorkom je een agressieve bui. Hoe dan ook is het altijd weer een verrassing wie ik tijdens mijn werk tref.’
Volgens Geertje is geen vraag hetzelfde en zijn al haar cliënten verschillend. ‘Eerst doe ik onderzoek naar wie de cliënt is, wat de mogelijkheden zijn, op welk niveau hij presteert en wat voor trainingsplan ik erop kan zetten om die persoon iets te leren. Dit kan van alles zijn. Zo heb ik een man van 36, bijna twee meter lang, die functioneert op peuterniveau. Toch heeft hij al wel 36 jaar levenservaring. Zijn jas aantrekken doet hij echter op peuterniveau. Hij legt zijn jas op de grond en trekt deze over zijn hoofd. Dit lukt hem ook, maar is niet in elke situatie even makkelijk toe te passen. Daarom kwam de hulpvraag om hem zijn jas op een andere manier te leren aantrekken. Dat betekent dat ik dat keer op keer hetzelfde met hem moet trainen. Als het er een beetje in zit, kan ik kijken wie het nog meer kan oppakken. Iedereen moet het hem dan namelijk op dezelfde manier aanleren, want dan leert hij het snelst. Daar groeit hij van. En het mooie is: hij is er echt trots op.’
Een stuk zelfstandigheid aanleren vindt Geertje dan ook het leukst. ‘Ik vind dit een heel mooi beroep en ik denk dat we veel kanten op kunnen. Wat mij interessant lijkt, is nog meer op de ontwikkeling inzetten. Maar natuurlijk wil ik wel echt cliënten blijven zien, want dat maakt dit werk het leukst. Ik kom bijvoorbeeld nog weleens iemand tegen die niet meer zelfstandig kon fietsen en die ik uiteindelijk heb geholpen met veilig boodschappen doen en in het verkeer. Hij zegt dan telkens: “Ik fiets nog steeds, ik doe nog steeds boodschappen!” Dat is super om te horen.’
Ook Geertje vindt dat ergotherapie een heel breed vak is, en dat het lastig uit te leggen is aan mensen. ‘Als iets niet lukt in het dagelijks leven, helpen we daarbij. Overigens is dat in de breedste zin van het woord; van ’s ochtends uit bed komen tot het ’s nachts gaan slapen en alles daar tussenin.’ Zo hielp Geertje eens een man die heel weinig zelfstandig deed en daar dan ook veel moeite mee had. Hij kon niet meer communiceren en ook handelingen als koffiezetten niet meer voor elkaar krijgen.
‘Deze man woonde op de eerste etage en we hebben hem geleerd dat hij één keer per dag zelf zijn post van beneden kon halen. We hebben hem dus leren traplopen en ervoor gezorgd dat hij zijn kamer kon vinden. Dat kostte echt een half jaar. Liftbediening lukte hem gewoon echt niet, net als zijn brievenbus vinden en ontdekken hoe hij zijn sleuteltje moest gebruiken. Je moet dat dus in hele kleine stukjes oppakken. Later lukte het hem en kwam hij dan nog weleens trots zijn brievenbussleutel laten zien. Het zijn voor ons kleine dingen, maar deze mensen kunnen daar zo blij van worden. Als ze dan eenmaal iets bereiken, gaat de vlag bijna uit. Dat wordt dan echt gevierd.’
Colofon: FloorZorgt is jouw online zorgmagazine! Op dit moment lezen 80.000 unieke zorghelden mij maandelijks. Door middel van inspirerende blogs, relevante producten (kijk snel in mijn webshop!) mooie artikelen en zorgnieuws houd ik jou op de hoogte van alle ontwikkelingen in de zorg. Heb je mijn mobiele app al gedownload en volg je mij al op Facebook, Instagram of Linkedin? Wil je adverteren? Stuur me dan een mailtje en ik neem z.s.m. contact met je op of bekijk de mogelijkheden alvast hier. Ook ik maak weleens een foutje ;-) Heb je er één gezien? Mail het me. Ik ben je dankbaar!
Reageren op dit bericht?
Om te kunnen reageren op dit bericht moet je ingelogd zijn. Klik hier om in te loggen.