'Wat zeg je tegen iemand die niet meer beter wordt, maar toch nog een tijdje blijft leven?'

Jannet-Alies

Ze ontmoetten elkaar jaren geleden, na haar eerste kankerdiagnose. Nu weet ze dat de borstkanker is uitgezaaid naar haar botten en long, en dat genezing niet meer mogelijk is. Jannet deelt vandaag het verhaal van Alies.

Kanker moe

Alies is nog jong, maar wordt niet meer beter. Borstkanker met uitzaaiingen in haar botten en in haar long. Af en toe krijgt ze nog een chemokuur en de pillen houden haar vooralsnog op de been. Eigenlijk gaat het best goed met haar. Ze werkt nog een beetje en dat geeft structuur aan de week en het gevoel dat ze ertoe doet. Binnen haar gezin loopt alles weer op rolletjes. Haar man is iets minder gaan werken, zodat hij haar kan ondersteunen in de klussen thuis en de drie tieners die ze samen hebben doen het goed op school. Dat was twee jaar geleden wel anders toen het nieuws insloeg als een bom.

Ik zie ze nog zitten aan mijn tafel. Vijf jaar geleden voor het eerst met een triple negatief borstkanker en drie jaar later uitgezaaid. Ze had geen klachten, maar bij controle bleek het goed mis. Het nieuws leek niet binnen te komen en het was alsof de tijd even stil werd gezet. Toen ik na een tijdje haar hand pakte en haar in de ogen kon kijken was daar het besef: niet meer beter… Er volgde een traan, een knik, een dikke knuffel en een nieuwe afspraak om tijd te krijgen het nieuws te verwerken, te delen en steun te zoeken bij familie en vrienden en die laatste groep is inmiddels het spoor bijster. Wat zeg je tegen iemand die niet meer beter wordt, maar toch nog een tijdje blijft leven?

“Iedereen is er gewoon een beetje moe van denk ik en daarom vragen ze er niet meer naar en ik weet niet wat ik daar mee moet. Of ze vragen er wel naar en dat vind ik eigenlijk ook lastig.” Ze zucht eens diep, verzonken in haar eigen gedachtekronkel die maar door lijkt te malen.

“Je bent een beetje ‘kanker moe’ als ik je goed begrijp”, zeg ik. Ze knikt en vertelt dat dit het juiste woord is en dat het zowel voor haar geldt als voor de mensen om haar heen. “Welke gedachten komen er als eerste op wanneer iemand die je tegenkomt er wel of niet naar vraagt?” Ze denkt even na. “Ik ben alert als een havik, denk ik. In een fractie van een seconde check ik bij mezelf of ik wel zin heb in vragen over de kanker en hoe het met me gaat. En nu ik er zo over nadenk, is het afhankelijk van wie er voor me staat.” Ze krijgt een rode kleur en ik zie haar ogen wegkijken, verbaasd over haar eigen gedachten. “Weet je waar ik nu achter kom? Dat ik een oordeel heb over wie er wel en niet naar MOETEN vragen, omdat IK vind dat het moet. Maar ze kunnen het natuurlijk nooit goed doen, want het hangt ervan af hoe ik me op dat moment voel en of ik zin heb in vragen over leven met die kut kanker.” Ze slaat haar hand voor haar mond, geschrokken van haar eigen felle reactie. “Je bent een havik met een grote snavel die hard kan pikken”, zeg ik, “misschien een ander vogeltje proberen?”

Ze lacht hard en we gaan er even serieus op door. Ze is gek op roodborstjes. “Die beestjes fluiten zo mooi, ze vallen lekker op door hun mooie rode kleur en ze lijken zo lekker fluffy en luchtig”, zegt ze. “Wat gebeurt er wanneer je zou reageren als een roodborstje als iemand wel of niet aan je vraagt hoe het gaat?”

Ze is lang stil, gedachten en emoties strijden om voorrang tot ze met een zachte stem zegt: “Dat maakt een wereld van verschil. Ik mag dan klein en kwetsbaar zijn, maar nog steeds mooi. Ik hoef me niet groot te maken, en wat ik ook ‘fluit’, het is altijd goed. Kwetsbaar en toch sterk.”

“Welke gedachten komen er nu als eerste op wanneer iemand die je tegenkomt er wel of niet naar vraagt?” Alies begrijpt de hint en zegt dan: “Ik ben oké. Als je er niet naar vraagt en ik wil dat wel, dan zeg ik dat ik behoefte heb om er even over te praten en andersom geldt hetzelfde. Ik blijf vooral bij mezelf nu, hè, het voelt best lekker, fluffy, luchtig. Ik ga die havik maar afschieten, hoor!”

We lachen er samen om en ze zet op advies van mij een plaatje van een roodborst op het beginscherm van haar telefoon. Dat helpt als reminder voor nieuw gedrag.

blogger-janet-verpleegkundig-specialist

Dit is Jannet:

Ik ben Jannet Wiegersma (1969), RN, PN, NN, ERN, MANP, lifestylecoach en auteur. Ik werk al dertig jaar in de zorg en mijn motto is ‘een leven lang leren’. Ik heb meer dan 60 duizend  patiënten gezien, piepjong en stokoud, van 450 gram tot aan ruim 300 kilo. Kwetsbare mensen, met een lach en een traan, soms aan één blik genoeg en een andere keer diep in gesprek. Alles wat ik van hen heb geleerd, wilde ik teruggeven en in 2019 werd dan ook mijn boek: Leren lopen op je handen, als ziek zijn je leven op z’n kop zet uitgegeven. Het voorwoord werd geschreven door minister Bruno Bruins van Medische zorg en sport. Wat me het meest bezighoudt in de zorg, is wat patiënten beweegt, waarom doen ze wat ze doen. Kunnen we ze leren om op een gezonde manier ziek te zijn? Ik schrijf erover en geef trainingen aan zowel patiënten, mantelzorgers als collega-zorgverleners. Altijd met een positieve insteek, vol energie en passie. Samen lachen om onze menselijke kronkels, praktische informatie, direct toe te passen, maar vooral met een kijk vanuit een ander perspectief. Ziek zijn zet immers je leven op z’n kop. Leer dan lopen op je handen. Meer blogs lezen, het boek inzien of bestellen? Neem gerust een kijkje op mijn website: www.lerenlopenopjehanden.nl

Colofon: FloorZorgt is jouw online zorgmagazine! Op dit moment lezen 80.000 unieke zorghelden mij maandelijks. Door middel van inspirerende blogs, relevante producten (kijk snel in mijn webshop!) mooie artikelen en zorgnieuws houd ik jou op de hoogte van alle ontwikkelingen in de zorg. Heb je mijn mobiele app al gedownload en volg je mij al op Facebook, Instagram of Linkedin? Wil je adverteren? Stuur me dan een mailtje en ik neem z.s.m. contact met je op of bekijk de mogelijkheden alvast hier. Ook ik maak weleens een foutje ;-) Heb je er één gezien? Mail het me. Ik ben je dankbaar! 

You have already unliked it!